
Een week na ‘9/11 ’ werd vanuit de vredesbeweging, de solidariteitsbeweging en migrantenorganisaties het Platform tegen de ‘Nieuwe Oorlog’ opgericht. Binnen een week sloten zo’n 200 organisaties, waaronder de SP, zich bij dit Platform aan. Gezamenlijk hielden we op 30 september 2001 een manifestatie tegen de dreigende vergeldingsoorlog, tegen het feit dat burgerrechten in onze eigen samenleving aangetast dreigden te worden en tegen het vijandsbeeld jegens de islam dat inmiddels, juist in Nederland, om zich heen begon te grijpen. Voor veel mensen in Nederland belichaamde het Platform het noodzakelijke tegengeluid in een algehele sfeer van onvoorwaardelijke steun aan de Verenigde Staten en tegen de zo mogelijk nog grotere afkeer van alles wat islamitisch was.
Tijdens en ook na geallieerde bombardementen op Afghanistan probeerde het Platform te benadrukken dat het terrorisme niet met militaire middelen aangepakt kan worden. Terrorisme verdwijnt of vermindert wanneer de voedingsbodem ervan wordt weggenomen, maar die voedingsbodem groeit juist door zo’n militaire campagne.
Hij groeit ook door moslims wereldwijd en in onze eigen samenleving het gevoel te geven slechts tweederangsburgers te zijn, door allerlei democratische rechten in te perken en een cultuur van angst te cultiveren: angst voor aanslagen, angst voor ‘die anderen’, angst voor de islam en voor de ‘islamitische wereld’. Als Platform wilden we niet alleen pal gaan staan voor een effectieve aanpak van de voedingsbodem van terrorisme, maar wilden we ook opkomen voor burgerrechten en voor contacten tussen moslims en niet-moslims.
Dat bredere plan bleek te ambitieus. De discussie over de angst voor de islam werd in 2002 al snel gedomineerd door de polarisatie rond Fortuyn en de ruk naar rechts die na zijn dood in de Nederlandse politiek plaatsvond. De aantasting van burgerrechten leek aanvankelijk vooral in het buitenland (de Verenigde Staten en Groot-Brittannië) te spelen en in Nederland nauwelijks aan de orde. Het Platform tegen de ‘Nieuwe Oorlog’ richtte zich vanaf het najaar van 2002 dan ook vooral op de dreigende oorlog tegen Irak. Deze oorlog en het verzet daartegen hadden weinig meer van doen met de bredere Platform-agenda over voedingsbodems, burgerrechten en vijandsbeelden. Het verzet concentreerde zich op de imperialistische agenda van de Verenigde Staten – met een achterhoedegevecht over de vraag of je in verzet tegen een oorlog de machthebber waartegen die oorlog zich richt nu wel of niet moet omarmen (niet dus, maar dat is volgens sommigen nog steeds niet vanzelfsprekend). Door de oorlog tegen Irak kreeg ook het Platform een anti-imperialistische agenda waarin steeds meer belang werd gehecht aan het feit dat de Verenigde Staten de aanslagen van 11 september hadden gebruikt om het neoconservatieve Project for a New American Century uit te voeren. Om de actieve Nederlandse steun, hoe provinciaals provinciaals ook, aan de Amerikaanse oorlogen in Afghanistan (Uruzgan) en Irak (Al Muthanna) onderuit te halen, is echter het wijzen op de imperialistische agenda volstrekt onvoldoende.
Hoeveel aanwijzingen er ook zijn dat de aanslagen van 11 september inderdaad door de regering-Bush zijn misbruikt om een reeds klaarliggende agenda uit te voeren, de steun die er onder de Nederlandse bevolking en onder Nederlandse politici voor bestaat is toch vooral gemotiveerd vanuit de angst voor terrorisme. En vanuit diezelfde angst wordt ook in de Nederlandse samenleving een stevig antiterrorismebeleid doorgezet, blijven spanningen tussen bevolkingsgroepen bestaan en wordt weer stevig geïnvesteerd in de krijgsmacht. Een breed gedragen verzet daartegen ontbreekt. Tegen de verschillende imperialistische oorlogen zijn inmiddels verschillende platforms of coalities actief; dat geldt ook voor organisaties die zich verzetten tegen de toenemende hetze tegen de islam. Rond het thema ‘burgerrechten’ en antiterrorismebeleid is het relatief stil: protesten tegen de ID-plicht en de terrorismekrant van Buro Jansen en Janssen kunnen slechts op beperkte steun rekenen. We zullen de handen opnieuw ineen moeten slaan om het volstrekt misplaatste gevoel van onveiligheid te doorbreken dat ons nu al vijf jaar in zijn greep houdt. Wij voelen ons, volgens de heersende opvattingen, bedreigd door internationaal terrorisme dat onderdak vindt in falende staten (zoals Afghanistan).
Wij voelen ons bedreigd door internationale criminele netwerken, grondstoffenroof en wapenhandel die zich vanuit die falende staten kunnen verspreiden, door de nucleaire dreiging die uit zou gaan van Iran en door de instabiliteit van het Midden-Oosten. Maar laten we de zaken nu eens omdraaien en kijken naar de internationale doelstellingen en activiteiten die wijzelf ondernemen. Wij sturen onze militairen naar alle uithoeken van de wereld om de internationale rechtsorde te herstellen waar deze in onze ogen geschonden wordt. Daarbij nemen wij dan maar voor lief dat dit gepaard gaat met excessief geweld, vele doden en zware schendingen van het internationaal humanitair recht: gebruik van clusterbommen en verarmd uranium, Guantanámo Bay, geheime gevangenissen en standrechtelijke executies in Afghanistan en Irak.
Onze begerige ogen zijn gericht op het energierijke Oosten, waardoor we al sinds jaar en dag de instabiliteit in het Midden-Oosten in stand houden. Westerse multinationals en het dictaat van de internationale globalisering plegen op een bijkans criminele wijze roofbouw op de bestaansmiddelen van de mensen die al aan de onderkant van deze aardbol leven en in Henk Sleebos en Van Anrath hebben we ook in Nederland een aantal wapenhandelaren die er niet voor terugdeinzen zaken te doen met de meest afschuwelijke regimes. In de Verenigde Staten bedraagt het defensiebudget $ 1.533 per inwoner; in China $ 47 en het gemiddelde bedraagt $ 162 per wereldburger. Wie heeft er eigenlijk reden om bang te zijn, en voor wie?
Vijandbeelden worden gecreëerd, en angst en onzekerheid worden politiek gemanipuleerd om burgerrechten in te perken. In de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, en sinds de eurotop in Laeken ook in de landen van de Europese Unie zijn de bevoegdheden van justitie om mensen op te pakken verregaand uitgebreid. Tevens zijn er tekenen, met name in de VS, die erop wijzen dat er maatschappelijk steeds minder ruimte is voor kritische geluiden en onwelgevallige informatie. Elementaire uitgangspunten van de rechtsstaat dreigen daardoor in het geding te komen.
Zolang we ons angst laten aanpraten zal Nederland nooit massaal in verzet komen tegen de oorlogen van Bush, zullen we het nooit overtuigend op kunnen nemen voor de moslims in ons midden en zal er geen effectief verzet zijn tegen alle antiterrorismemaatregelen die ons worden opgedrongen. Vijf jaar na dato is een breed en samenhangend verzet tegen deze georganiseerde angst noodzakelijk.